Ga direct naar de hoofdinhoud
- Egocentisch, ik, ik, ik, ik
- Alles in mijn wereld moet om mij draaien.
- Ik vind mezelf heel wat.
- Ik wil grandioos overkomen.
- Ik wil dat anderen mij zien en horen en toejuichen.
- Ik ben de belangrijkste persoon in het universum.
- Ik ben bang om onbelangrijk te zijn.
- Ik ben bang om er niet toe te doen.
- Ik ben bang om niet speciaal te zijn.
- Ik ben bang om niet opgemerkt te worden.
- Ik ben bang om geen impact te maken op anderen of op de wereld.
- Het maakt mij niet veel uit of iemand van mij houdt of mij haat, het maakt me wel uit dat ik wordt gezien als belangrijk.
- Ik ben een opschepper. Een opschepper is wat ik ben. Ik schep op, ik schep op, ik schep op.
- Ik wil overkomen als goed persoon. Ik zal iedereen laten weten wat voor goeds ik heb gedaan.
- Ik ben perfect (all-good)
- Ik wil perfect overkomen. Ik hoop dat mijn masker van "ik ben perfect" niet te vroeg valt.
- Bij een conflict ben ik perfect (all-good) en de ander is door en door slecht (all-bad).
- Mijn trofeeën zijn perfect, foutloos en kunnen niets fout doen. Ik plaats mijn trofeeën plaats ik op een voetstuk en de hele wereld moet weten hoe geweldig ze zijn.
- Ik moet perfect zijn.
- Ik voel me perfect in mijn fantasieën.
- Ik voel me verantwoordelijk om alles perfect te doen.
- Ik voel rust als ik mezelf achter een kalm en perfect beeld kan verbergen.
- Ik voel leegte en moet perfect zijn.
- Ik moet mezelf wijsmaken dat ik geen fouten heb gemaakt, omdat fouten mijn perfecte zelfbeeld bedreigen.
- Ik probeer een perfect beeld van mezelf te laten zien.
- Ik ben doodsbang dat anderen mijn zwakke kant ontdekken en probeer daarom hun beeld van mij te controleren.
- Ik vind het erg belangrijk wat mensen van mij vinden.
- Ik zal nooit naar mijn eigen fouten kijken.
- Mijn zelfvertrouwen is wankel. Ik wil niet dat iemand mijn zelfvertrouwen breekt, dus ik maak mijn wereld veilig.
- Iemand die een foutje maakt, zie ik als all-bad (waardeloos of de bron van ál mijn ellende).
- Mijn leveranciers van uitstekende, eersteklas narcistische voeding, plaats ik op een voetstuk en zijn all-good.
- Ik ben geobsedeerd met hiërarchie.
- Ik ben bang voor ontmaskering.
- Ik ben bang voor vernedering.
- Ik ben erg druk met mezelf.
- Ik raak gemakkelijk getriggerd.
- Ik doe er alles aan om mijn zwakheden niet te laten zien, maar ben bang dat mensen mijn zwakheden toch zien.
- Ik plan alles. Narcisten plannen snode plannetjes. Narcisten plannen momenten hoe en wanneer ze de zondebok willen dwarsbomen of saboteren. Narcisten plannen hoe en wanneer ze hun zondebok gaan vernederen. Narcisten plannen wie ze willen rekruteren en hoe. Narcisten plannen aanvallen op zondebokken. Narcisten weten welke narcistische voeding ze nodig hebben en plannen hoe ze hun narcistische voeding krijgen. Ze plannen wanneer ze sprookjesgedrag gaan vertonen. Ze plannen wat ze moeten doen om een beeld te wereld in te brengen van een charmant, goed persoon met een goed hart, ze plannen wie ze gaan charmeren met vleierij, ze plannen wie ze gaan bombarderen met liefde, ze plannen, ze plannen dat ze in de kleinere of grotere kring van nut over willen gaan komen als de meest geestelijk gezonde persoon, de persoon met het meest onberispelijke gedrag. Narcisten plannen hun jacht op een tweede leverancier van narcistische voeding, wanneer de eerste leverancier onvoldoende of niet meer levert
- De narcist is niet of nauwelijks in staat deze gevoelens te voelen: schuldgevoelens richting zondebokken, gevoel van spijt, gevoel van empathie wanneer andere mensen lijden, gevoel van gelijkwaardigheid. Het gevoel is er niet of nauwelijks. Verstandelijk / cognitief kan worden begrepen hoe deze gevoelens voelen en het gedrag dat bij deze gevoelens hoort kan worden nagebootst (afgekeken van anderen).
- Narcisten splitten. Iemand heeft nut en is bruikbaar of iemand heeft geen nut is niet bruikbaar
- Bij narcisten is hun reputatie erg belangrijk (om narcistische voeding veilig te stellen). Daarom houden ze zich bij een groter publiek meestal koest richting zondebok.
- Ik ben bang voor sociopaten
- Het verdriet van een ander helpt mij mijn eigen schaamte niet te voelen. Dus ik maak een ander verdrietig.
- Het vernederen van een ander helpt mij mijn eigen schaamte niet te voelen. Dus ik verneder anderen die er niet bij zijn of die er wel bij zijn.
- Ik ben trots en schaam me tegelijk omdat ik mensen voor de gek houd.
- Ik ben voortdurend bezig met bewondering, schaamte, controle en mijn imago.
- Ik bescherm mezelf tegen schaamte door de schuld buiten mezelf te leggen.
- Ik beschuldig anderen als ik schaamte voel.
- Ik houd een perfect beeld van mezelf hoog om mijn schaamte en leegte te verbergen.
- Ik houd mijn schaamte verborgen.
- Ik kan gedachten die beschamend zijn en gedachten waardoor ik me schuldig voel, wegduwen.
- Ik trek mij terug wanneer ik mij schaam.
- Ik kan moeilijk verdragen dat ik mij schaam.
- Ik kan vanuit schaamte reageren voordat ik begrijp dat schaamte meespeelt.
- Ik kies gedrag dat mij afleidt zodra ik schaamte of angst voel.
- Ik leg schuld en schaamte bij een ander omdat ik schuld en schaamte zelf niet verdraag.
- Ik leid anderen af om mijn angst en schaamte niet te voelen.
- Ik merk dat mijn negatieve gevoel vooral uit schaamte bestaat.
- Ik moet mijn gevoel van superioriteit blijven verdedigen omdat ik schaamte bijna niet verdraag.
- Ik praat mijn gedrag goed zodat ik geen schaamte hoef te voelen.
- Ik probeer mijn schaamte buiten mezelf te leggen.
- Ik raak in paniek als iemand over iets wil praten waarvoor ik me diep schaam.
- Ik reageer boos als ik me schaam.
- Ik gedraag me netjes als belangrijke mensen kijken.
- Ik gedraag me keurig wanneer mijn reputatie op het spel staat.
- Ik heb uiterste controle over mijn gedrag wanneer mijn aanzien op het spel staat.
- Ik schaam me als iemand mijn zwakke kant ziet.
- Ik schaam me diep na een woede-uitbarsting.
- Ik schaam me ervoor dat de ander mij op mijn slechtst heeft gezien.
- Ik schaam me ervoor dat ik andere mensen nodig heb.
- Ik schaam me ervoor dat ik mensen voor de gek kan houden.
- Ik schaam me voor afhankelijkheid.
- Ik schaam me vooral om wat mijn gedrag over mij zegt.
- Ik val de ander aan als ik me beschaamd of vernederd voel.
- Ik val degene aan die mij met mezelf confronteert om mijn schaamte niet te voelen.
- Ik verander in mijn hoofd het verleden totdat de herinnering geen pijn of schaamte meer oproept.
- Ik verberg me uit schaamte.
- Ik verdraag schuld moeilijk omdat de schaamte die erbij hoort te pijnlijk is.
- Ik verdraai de werkelijkheid om mijn schaamte niet te voelen.
- Ik vermijd schaamte.
- Ik vind dat ik bijzondere voordelen verdien en voel schaamte en tekortschieten als ik gewoon moet wachten of geen voorkeursbehandeling krijg.
- Ik vind het moeilijk om eerlijk naar mijn eigen gedrag te kijken als dat schaamte oproept.
- Ik vind het moeilijk om te praten over dingen waarvoor ik me schaam.
- Ik vlucht in grootheidsgevoelens als ik dreig te worden ontmaskerd of beschaamd.
- Ik voel diep vanbinnen veel schaamte en het gevoel dat ik niet goed genoeg ben.
- Ik voel machteloze woede en gekrenktheid, maar geen schaamte, onzekerheid of spijt over mijn gedrag.
- Ik voel me bedreigd door mensen die schaamte bij mij oproepen.
- Ik voel schaamte als anderen zien dat ik achteruitga.
- Ik voel schaamte als anderen zien dat ik niet meer heb wat ik vroeger had.
- Ik voel schaamte als ik niet meer aan mijn eigen ideale beeld voldoe.
- Ik voel schaamte als ik niet meer kan voldoen aan mijn ideale beeld van mezelf.
- Ik voel schaamte als ik verlies wat mij bijzonder maakte.
- Ik voel schaamte als mijn slechte gedrag zichtbaar wordt.
- Ik voel schaamte als mijn tekortkomingen zichtbaar worden.
- Ik voel schaamte als mijn verlies voor anderen zichtbaar is.
- Ik voel schaamte als iemand mij laat zien wat ik heb aangericht.
- Ik voel schaamte of spijt zonder echt schuld of berouw te voelen.
- Ik voel schaamte omdat de ander iets waars over mij benoemt.
- Ik voel schaamte omdat een tekortkoming zichtbaar wordt.
- Ik voel schaamte omdat ik niet ben wie ik wil zijn.
- Ik voel schaamte omdat mijn perfecte beeld van mezelf wordt aangetast.
- Ik voel schaamte wanneer ik faal.Ik voel schaamte wanneer ik ontdek dat ik iemand heb gekwetst.
- Ik voel schaamte zonder berouw.
- Ik voel schaamte zonder berouw.
- Ik voel schaamte zonder echt mee te voelen met degene die ik heb geraakt.
- Ik voel snel schaamte of angst als iets mij raakt.
- Ik ben bang voor de werkelijkheid en verdraai feiten om mijn kwetsbare zelfbeeld te beschermen.
- Ik ben bang dat iemand mijn kwetsbaarheid tegen mij gebruikt.
- Ik ben wreed om mijn kwetsbare kant te verbergen.
- Ik benadruk mijn kwetsbaarheid om bescherming van anderen te krijgen.
- Ik benadruk mijn kwetsbaarheid om iemand aan mij te binden.
- Ik benadruk mijn kwetsbaarheid om iemand verantwoordelijk voor mij te laten voelen.
- Ik benadruk mijn kwetsbaarheid om zorg van anderen te krijgen.
- Ik denk dat anderen mijn kwetsbaarheid zullen misbruiken als ik mijn echte gevoelens laat zien.
- Ik gebruik mijn kwetsbaarheid en slachtofferrol om kritiek en verantwoordelijkheid af te weren.
- Ik houd me bezig met de problemen van anderen om mijn eigen kwetsbaarheid niet te voelen.
- Ik ervaar het toegeven van een fout of het tonen van kwetsbaarheid als gevaarlijk.
- Ik gebruik mijn hoge militaire status als bescherming tegen mijn kwetsbaarheid.
- Ik gebruik agressie, intimidatie en angst om mijn kwetsbare binnenkant te beschermen.
- Ik begrijp dat ik iemand heb gekwetst en tegelijk vind ik dat ik niets fout heb gedaan.
- Ik begrijp dat ik iemand heb gekwetst en tegelijkertijd voel ik geen spijt.
- Ik ben bang om gewoon mezelf te zijn en verberg mijn onzekerheid achter arrogantie en onkwetsbaarheid.
- Ik ben doodsbang dat anderen ontdekken dat ik zwak, gemiddeld, gewoontjes of niet perfect ben.
- Ik ben in het openbaar extreem gul of behulpzaam om bekend te staan als de perfecte helper.
- Ik bestudeer en kopieer perfecte beroemdheden omdat mezelf zijn onveilig voelt.
- Ik houd imperfecties liever voor mezelf.
- Ik houd informatie die mijn perfecte beeld beschadigen, achter.
- Ik verlies mezelf in fantasieën over extreme rijkdom, roem, succes en perfectie.
- Ik kan een beeld van perfectie proberen neer te zetten terwijl ik bang ben dat anderen mijn tekortkomingen zien.
- Ik kan moeilijk accepteren dat ik fouten maak, omdat fouten mijn perfecte beeld van mezelf aantasten.
- Ik maak een perfect en onaantastbaar beeld van mezelf en voedt mezelf en anderen met zorgvuldig gekozen verhalen.
- Ik verander verhalen over mijzelf of over anderen met halve waarheden, leugens en weggelaten informatie om mijn perfecte beeld te beschermen.
- Ik probeer mijn imperfecties buiten beeld te houden.
- Ik probeer mijn imperfecties verborgen te houden.
- Ik verberg imperfecties die ik niet aan anderen wil laten zien.
- Ik probeer te voorkomen dat anderen mijn imperfecties opmerken.
- Ik ben bang dat anderen ontdekken hoe onzeker ik werkelijk ben.
- Ik ben erg onzeker.
- Ik gebruik anderen om mijn onzekere gevoel te verminderen.
- Ik haal anderen naar beneden om mijn onzekerheid te verbergen.
- Ik heb mijn geweldige beeld van mezelf nodig om mijn onzekere zelfbeeld overeind te houden.
- Ik kan me zeker voelen als ik bewonderd word en onzeker voelen als die bewondering verdwijnt.
- Ik kan mijn onzekerheid afschermen met afstandelijkheid.
- Ik kan onrust ervaren wanneer ik mij onzeker voel.
- Ik laat steeds zien hoe goed, nederig of vrijgevig ik ben, zodat anderen beschuldigingen over mijn gedrag moeilijker geloven.
- Ik doe bescheiden zodat iemand mij als eerlijk, oprecht en als goed persoon ziet.
- Ik probeer bescheiden over te komen terwijl ik ondertussen mijn prestaties onder de aandacht breng.
- Ik maak mijn talenten en intelligentie in mijn hoofd groter en maak de bijdrage van anderen kleiner.
- Ik overdrijf mijn intelligentie, talenten en wat ik kan.
- Ik vertel mezelf dat anderen mijn genialiteit niet begrijpen als ik een intellectuele discussie verlies.
- Ik vertel mezelf dat iedereen tegen mij is als ik intellectueel verlies.
- Ik voel me geestelijk of intellectueel boven anderen staan.
- Ik presenteer mezelf als iemand die boven anderen uitsteekt.
- Ik vind het moeilijk dat mensen boven mij staan.
- Ik plaats mezelf in gedachten boven anderen. Boven iedereen.
- Ik wil bij ieder contact weten of ik boven of onder iemand sta.
- Ik maak mezelf in gedachten geweldig en plaats mezelf boven anderen.
- Ik vind dat ik boven anderen sta.
- Ik verander mijn gedrag als ik niet meer boven de ander sta.
- Ik verander mijn gedrag als iemand boven mij komt te staan.
- Ik stel mezelf gerust door mezelf boven een ander te plaatsen.
- Ik probeer mezelf groter te maken als iemand anders boven mij dreigt uit te komen.
- Ik probeer boven iemand te komen als ik me onder diegene voel staan.
- Ik voel me intellectueel beter dan anderen.
- Ik voel me miskend en onbegrepen als mijn intelligentie mij niet de gewenste status geeft.
- Ik wil intelligent overkomen.
- Ik raak in paniek als niemand mij laat weten dat ik intelligenter of beter ben dan anderen.
- Ik ben bang dat ik niet zo intelligent ben als ik denk.
- Ik ben doodsbang dat anderen mij niet intelligent vinden.
- Ik ervaar een correctie als vernedering.
- Ik ervaar het succes van een goede vriend of collega als een persoonlijke vernedering.
- Ik ontken dat ik iemand heb vernederd.
- Mijn mooie buitenkant is erg belangrijk voor me, maar het onderhoud, de perfectie kost me veel tijd.
- Ik vind het moeilijk als mijn uiterlijk niet het gewenst effect op anderen heeft.
- Ik vind mezelf mooier dan anderen.
- Ik vind ouder worden moeilijk omdat mijn uiterlijk en vitaliteit belangrijk voor mij zijn.
- Ik voel jaloezie als iemand anders bewondering krijgt voor diens uiterlijk.
- Ik vind mijn smaak beter dan anderen.
- Ik voel me bedreigd als ik geen aandacht krijg voor mijn uiterlijk.
- Ik voel me bedreigd als mijn uiterlijk verandert.
- Ik doe niet aan zelfspot. Als ik spottend gedrag vertoon dan gaat het om het bespotten van een ander.
- In gedachten bespot ik de mensen die geloven dat ik veranderd ben na mijn excuses.
- Ik verwacht dat iemand excuses aanbiedt voor iets dat mijn schuld was.
- Ik weet dat ik fout zit. Ik geef dit niet toe. Ik bied zeker geen excuses aan.
- Ik wil geen excuses aanbieden voor iets wat ik fout heb gedaan. Ik geef gewoon de ander de schuld.
- Ik zoek zelfs jaren later excuses om de ander de schuld te geven van schade die ik heb veroorzaakt.
- Ik zie een ruzie pas als afgerond wanneer de ander kruipend zijn/haar excuses aanbiedt. Ik bied geen excuses aan, ik zal niet toegeven dat ik fout zat.
- Ik begrijp niet dat andere mensen berouw en excuses belangrijk vinden.
- Ik bied kort mijn excuses aan als dat ervoor zorgt dat ik krijg wat ik nodig heb (narcistische voeding).
- Ik bied excuses aan als dat mij helpt mijn doel te bereiken.
- Ik bied excuses aan als het herstellen van de relatie mij voordeel geeft.
- Ik bied makkelijk excuses aan als dat problemen voor mij voorkomt.
- Ik bied geen excuses aan want dan ben ik zwak.
- Ik combineer mijn excuses met een verwijt.
- Ik vind anderen minderwaardig.
- Ik voel me bedreigd bij mensen bij wie ik me minderwaardig voel.
- Ik voel me beter dan anderen en ben tegelijk bang dat ik minderwaardig ben.
- Ik voel me minderwaardig en voel me onzeker. Ik probeer dit te compenseren met macht en grootheid en arrogantie.
- Wanneer ik me minderwaardig voel, dan maak ik mezelf groter.
- Ik voel me minderwaardig als ik ongelijk heb.
- Om me niet minderwaardig te voelen, ga ik anderen vernederen. Wanneer ik anderen verneder dan voel ik mijn minderwaardigheid niet.
- Ik wil me niet minderwaardig voelen.
- Ik wil voorkomen dat ik me minderwaardig voel.
- Ik zie mensen die tegen mij ingaan als minderwaardig en schrijf hen in mijn hoofd af.
- Ik zie mezelf als de norm en vind mensen die mij niet volgen minderwaardig of dom.
- Ik zie mijn eigen normen als de juiste normen en vind mensen die daar niet aan voldoen minderwaardig.
- Ik zorg dat een groep mijn negatieve oordeel over iemand overneemt zodat die iemand zich uiteindelijk minderwaardig gaat voelen.
- Onder mijn harde buitenkant zitten minderwaardigheid en schaamte.
- De onmacht van een ander maakt mijn gevoel van minderwaardigheid kleiner. Ik wil dat anderen zich onmachtig voelen.
- Ik maak anderen in mijn hoofd minderwaardig zodat ik mezelf beter kan voelen.
- Mijn eigenwaarde verandert door aandacht, bewondering, kritiek, succes, afwijzing en vergelijking.
- Ik voel mij superieur wanneer ik hoger in de hiërarchie sta.
- Ik zie de hiërarchie als een ladder waarop ik anderen onder mij plaats en mag vernederen.
- Ik houd van een duidelijke hiërarchie als ik daarin een goede positie kan krijgen.
- Ik plaats mezelf en anderen op een ladder van hoog naar laag.
- Ik wil hoog op de statusladder komen.
- Ik wil hoog op de sociale ladder staan.
- Ik mijn behoefte aan superioriteit bepaalt hoe ik anderen behandel.
- Ik moet mijn gevoel van superioriteit blijven verdedigen omdat ik schaamte bijna niet verdraag.
- Ik neem afstand van iemand die mijn gevoel van superioriteit bedreigt.
- Ik probeer mezelf als superieur te zien.
- Ik wil dat anderen mij als superieur zien.
- Ik probeer mijn superioriteit tegenover anderen te laten zien.
- Ik reageer direct scherp en gemeen als iemand mijn gevoel van superioriteit aantast. Want ik ben superieur en ik wil dat anderen mij zo behandelen.
- Ik verander mijn gedrag als iemand mijn gevoel van superioriteit bedreigt.
- Ik vind ijdelheid, egocentrisme en zelfgerichtheid tekenen van kracht en superioriteit.
- Ik vind het belangrijk dat mijn superioriteit door anderen wordt erkend.
- Ik voel me superieur als anderen niet kunnen bewijzen wat ik heb fout gedaan of wat ik stiekem heb gedaan.
- Ik voel mij superieur en zie iedereen om me heen als minder superieur of als zelfs inferieur. Dit mogen anderen niet weten, want ik heb ze nodig om mijn doelen te bereiken (narcistische voeding).
- Ik voel mij superieur wanneer de ander mij als deskundige ziet.
- Ik voel mij superieur wanneer de doet of niet doet wat ik zeg.
- Ik voel mij superieur wanneer de ander ongelijk krijgt.
- Ik voel mij superieur wanneer de ander tegen mij opkijkt.
- Ik voel mij superieur wanneer een concurrent verliest.
- Ik voel mij superieur wanneer ik beter presteer.
- Ik voel mij superieur wanneer ik hoger in de hiërarchie sta.
- Ik voel mij superieur wanneer ik hoger word gewaardeerd.
- Ik voel mij superieur wanneer ik meer invloed heb.
- Ik voel mij superieur wanneer ik meer weet.
- Ik voel mij superieur wanneer ik win.
- Ik voel mij superieur.
- Ik geef de ene persoon meer waardering dan de andere om competitie te creëren.
- Ik behandel een conflict als competitie.
- Ik vergelijk mensen om competitie tussen hen te creëren.
- Ik negeren mensen en verwacht dat diegenen zelf begrijpen waarom.
- Ik voel macht als ik besluit iemand volledig te negeren.
- Ik voel me bedreigd door mensen die mij negeren.
- Bij ongehoorzaamheid wil ik iemand direct negeren en emotioneel buitensluiten.
- Ik ben bang dat mensen mij negeren.
- Ik ervaar het negeren door de ander als verlies.
- Ik doe iets voor anderen als het bijdraagt aan mijn eigen imago, macht of status (narcistische voeding).
- Ik doe publiekelijk goede dingen als ik hier bewondering voor krijg (narcistische voeding).
- Ik weet hoe ik me moet gedragen zodat mensen een zwak voor me krijgen.
- Ik gedraag me op manieren zodat ik geloofwaardig overkom.
- Ik test mensen door ze vragen te stellen.
- Eigenbelang staat boven loyaliteit aan anderen.
- Ik dacht dat iedereen net als ik vooral uit eigenbelang handelde en bewondering wilde.
- Ik denk dat ik als enige begrijp dat de wereld om macht en eigenbelang draait.
- Ik geloof niet dat anderen iets kunnen doen zonder eigenbelang.
- Ik kan eigenbelang verpakken als principe of als iets anders.
- Ik kan mijn eigenbelang voorstellen als gezamenlijk belang.
- Ik vertrouw mensen niet en zoek achter iedere interactie naar verborgen eigenbelang.
- Ik kan begripvol overkomen terwijl ik vooral bezig ben met mijn eigen belang.
- Ik kan mijn eigen belang belangrijker vinden dan het belang van de ander.
- Mijn eigen belang is aandacht. Ik reageer dus niet empathisch wanneer anderen empathie krijgen in moeilijke situaties en ik hierdoor aandacht misloop.
- Ik zie mensen als vervangbare middelen voor mijn eigen belang, mensen hebben geen idee.
- Ik bekijk alles vanuit mijn eigen belang.
- Ik kan begripvol overkomen terwijl ik vooral bezig ben met mijn eigen belang.
- Ik vind mijn eigen belang altijd belangrijker dan het belang van de ander.
- Ik voel me vaak incompetent. Ik gedraag me dan vaak als competent.
- Ik maak van iemand een incompetent persoon als diegene mijn deskundigheid bedreigt.
- Ik begrijp dat de ander last van mij heeft maar vind dat de ander daar zelf verantwoordelijk voor is.
- Ik ben niet bereid verantwoordelijkheid te nemen voor mijn gedrag, tenzij het me iets oplevert.
- Ik erken schuld of verantwoordelijkheid als dat mij voordeel geeft.
- Ik ben niet bereid verantwoordelijkheid te nemen voor mijn gedrag.
- Ik doe alsof ik niet wist wat ik deed om verantwoordelijkheid te vermijden.
- Ik draai het schuld-verhaal om, om verantwoordelijkheid voor mijn gedrag te vermijden.
- Ik gebruik gerespecteerde mensen om mijn verhaal geloofwaardiger te maken.
- Ik geef anderen de schuld van mijn woede en fouten.
- Ik heb moeite met schuld erkennen als dat betekent dat mijn beeld van mezelf moet veranderen.
- Ik geef de ander de schuld van de gevolgen van mijn gedrag.
- Ik kan de schuld buiten mezelf leggen als ik word aangesproken.
- Ik verander in mijn hoofd situaties zodat in mijn hoofd de ander altijd de agressor of schuldige is.
- Ik geef de ander de schuld van mijn eigen gedrag.
- Ik heb een zondebok nodig om mijn eigen schuld en slechte eigenschappen bij neer te leggen.
- Ik geef mijn jeugd, mijn ex of de omstandigheden de schuld van mijn gedrag.
- Ik geef liever een ander de schuld dan mezelf.
- Ik kan mijn reputatie, beroep, gewoontes of liefhebberijen gebruiken als bescherming tegen beschuldigingen.
- Ik laat steeds zien hoe goed, nederig of vrijgevig ik ben zodat anderen beschuldigingen over mijn gedrag moeilijker geloven.
- Ik kan ingewikkelde wederkerigheid terugbrengen tot een verhaal waarin één ander de schuld draagt.
- Ik geef iemand de schuld van spanning die door mijn gedrag is ontstaan.
- Ik geef een ander de schuld als er een terechte dreiging is dat ik als schuldige wordt aangewezen.
- Ik geef anderen de schuld.
- Ik geef de ander de schuld als ik mijn eigen schuld niet wil voelen.
- Ik geef anderen de schuld omdat ik mijn eigen zwakte moeilijk verdraag.
- Ik geef anderen de schuld als is iets is aangetast wat mij belangrijk deed voelen.
- Ik gebruik schuldgevoel om iemand bij mij te houden.
- Ik gebruik schuldgevoel om iemand iets voor mij te laten doen.
- Ik gebruik schuldgevoel om iemand mijn kant te laten kiezen.
- Ik gebruik schuldgevoel om iemand verantwoordelijk voor mij te laten voelen.
- Ik laat delen van het verhaal weg die mij schuldig laten lijken.
- Ik laat schuldgevoel en spijt niet toe.
- Ik leg mijn schuld bij een ander.
- Ik kan niet omgaan met kritiek, ik verlies dan controle over mezelf.
- Ik houd controle door mijn kwetsbare kant te verbergen.
- Ik ben bang de controle te verliezen en mijn kwetsbare kant te laten zien.
- Ik ben bang de controle te verliezen.
- Ik kan achterdochtiger worden wanneer ik het gevoel heb de controle te verliezen.
- Ik ben boos en bang omdat iemand anders de controle heeft genomen.
- Ik ben doodsbang om machteloos te zijn en de controle te verliezen.
- Ik ben voortdurend bezig de controle te houden.
- Ik zie mijn leven als een schaakspel. De schaakstukken om mij (de koning) heen, hebben een functie. Zowel de kleinere pionnen als de paarden en torens. Iedereen heeft een rol; beschermen of versterken. Ik wil controle over iedere zet die ze doen. De schaakstukken mogen niet weten dat ik ze zo zie.
- Ik bestudeer en test mensen om te bepalen of ik diegene kan beïnvloeden en of controle over kan krijgen.
- Ik praat niet graag over mezelf omdat ik bang ben dat ik op oude pijn stuit. Ik wil controle houden over mijzelf.
- Ik breng de ander tijdens gesprekken in verwarring zodat diegene aan de eigen waarneming twijfelt en ik de controle houd.
- Ik denk dat anderen mij pakken als ik ze niet onder controle houd.
- Ik denk dat mensen mij zullen pakken als ik hen niet onder controle houdt of beïnvloed.
- Ik fantaseer voortdurend over wraak omdat ik controle over mijn imago heb verloren.
- Ik gebruik berekende plannen om de ander onder controle te houden omdat controleverlies voor mij ondraaglijk voelt.
- Ik gebruik een derde persoon om controle over een ander te krijgen.
- Ik ben heel zorgzaam richting mijn partner, zodat hij/zij me nooit zal aanspreken op mijn gedrag. Zo houd ik controle over hem/haar.
- Ik gebruik mijn charme om controle te krijgen over anderen.
- Ik moet controle hebben over anderen.
- Ik houd controle door belangrijke beslissingen zelf te nemen.
- Ik houd controle door belangrijke informatie achterwege te laten.
- Ik houd controle door zaken te verdraaien en geloofwaardig te laten klinken.
- Ik houd controle door de leiding te nemen.
- Ik houd controle door gesprekken en aandacht te domineren.
- Ik houd controle door me met zaken van anderen te bemoeien.
- Ik houd controle door me opdringerig met anderen te bemoeien.
- Ik houd controle door mezelf degene te maken die bepaalt.
- Ik houd controle door mezelf neer te zetten als de persoon die alles als beste weet.
- Ik houd controle door mezelf neer te zetten als de persoon die alles als beste kan.
- Ik houd controle door mijn kwetsbare kant te verbergen.
- Ik houd controle door te bepalen wat er gebeurt.
- Ik houd controle door verantwoordelijkheid naar mezelf toe te trekken.
- Ik wil de controle terugkrijgen wanneer anderen zelfstandig beslissingen nemen.
- Ik kan controle verpakken als bezorgdheid.
- Ik kan controle verpakken als hulp.
- Ik kan controle verpakken als zorgzaamheid, goed voor een ander zorgen.
- Ik moet de controle hebben om mezelf sterk te voelen.
- Ik moet de controle terugpakken als ik mezelf machteloos voel.
- Ik moet de controle terugpakken als mijn positie wordt bedreigd.
- Ik moet de controle hebben om mijn positie te beschermen.
- Ik kan eerst destabiliseren en daarna controle aanbieden.
- Ik voel me pas veilig als ik de controle heb.
- Ik kan pas ontspannen als ik controle over anderen heb en zij mij dit laten zien.
- Ik krijg een kick als ik iemand met kleine beetjes aandacht weer naar mij toe trek en zo bewijs dat ik nog controle heb.
- Ik krijg een kick van de macht en controle die anderen mij geven.
- Ik maak de ander jaloers om meer controle te krijgen.
- Ik raak in paniek als ik mijn emoties niet meer onder controle heb.
- Ik wil nog meer controle over mensen krijgen die hun grenzen aangeven.
- Ik wil nog sterker de controle over mensen krijgen die ongehoorzaam zijn.
- Ik wil controle krijgen over mensen die mij niet belangrijk vinden.
- Ik moet en zal controle krijgen over mensen die mij niet zien als de persoon die de controle heeft.
- Ik moet mijn omgeving volledig beheersen, besturen, controleren om de chaos in mijn hoofd rustig te houden.
- Ik noem mijn gedrag, het controle over anderen moeten hebben, bezorgdheid.
- Ik overschrijf de werkelijkheid met leugens over anderen, omdat mijn eigen versie mij controle geeft.
- Ik probeer mijn angst om te zetten in controle.
- Ik raak volledig van slag door een relatiebreuk en zet mijn gewone leven opzij om de controle terug te krijgen over diegene.
- Ik probeer mijn partner terug te krijgen op het moment dat hij/zij mij dreigt te verlaten, zodat ik aan mezelf kan bewijzen dat ik nog controle heb. Het gaat mij niet om mijn partner, het gaat mij om de controle over mijn partner.
- Ik probeer via omwegen de controle te houden.
- Ik probeer zo over te komen alsof ik alles onder controle heb.
- Ik raak direct in paniek en word doodsbang als ik de controle verlies.
- Ik raak geobsedeerd door controle als ik merk dat ik mijn invloed op iemand dreig te verliezen.
- Ik raak geobsedeerd door het terugkrijgen van controle en toegang tot de ander als het contact wordt verbroken.
- Ik speel twee mensen tegen elkaar uit om zelf de controle te houden.
- Ik vind dat in mijn wereld alleen mijn waarheid of verzonnen waarheid telt. Ik wil controle houden.
- Ik vind het moeilijk om te accepteren dat iets buiten mijn controle ligt.
- Ik vind het niet prettig als iemand anders de controle heeft.
- Ik vind spontaniteit van anderen bedreigend omdat ik die niet onder controle heb.
- Ik weet dat ik schadelijk gedrag vertoonde waarmee ik macht, controle of bevestiging wilde krijgen.
- Ik voel dat ik controle en macht nodig heb en vind dat belangrijker dan de waarheid.
- Ik voel dat ik vriendelijk en behulpzaam moet lijken om iemand onder mijn invloed te krijgen en de controle te houden.
- Ik heb rust als ik een relatie volledig onder controle heb en de ander geen controle heeft.
- Ik geef een ander ruimte om beslissingen te nemen. Ik geef de ander het gevoel van controle over dingen te hebben. Het gaat dan om zaken die ik niet heel belangrijk vind. De ander heeft nu een gevoel van controle en autonomie. Ze beseffen niet dat ik met de gegeven vrijheid om zelfstandig keuzes te maken, nog steeds de controle bij mij ligt. Want het was mijn gecontroleerde keuze over hun stukje keuzevrijheid. Ik ben degene die de controle over alles heeft. Maar dit beseffen mensen niet.
- Ik vind het fijn als de ander machteloos is. Dan heb ik de controle. Ik maak mensen graag machteloos. Dan heb ik de controle.
- Ik voel meer controle als een ander machteloos is.
- Ik voel me bedreigd als iemand informatie over mij heeft waar ik geen controle over heb.
- Ik voel me bedreigd door mensen die controleren of mijn verhaal klopt, want mijn verhalen kloppen vaak niet.
- Ik voel me bedreigd door mensen die ik niet onder controle krijg.
- Ik voel me beter als ik controle heb.
- Ik voel me heel erg onzeker en wil daarom alleen maar mensen en situaties waarin ik de controle heb.
- Ik voel me kwetsbaar als iemand anders de controle heeft.
- Ik voel me minder veilig als ik niet de uiteindelijke controle over de relatie heb.
- Ik heb het ultieme controle-gevoel als ik mensen tegen elkaar uitspeel.
- Ik voel rust als ik controle heb over andermans positieve en negatieve emoties.
- Ik voel voldoening als ik iemand zo goed onder controle heb dat diegene doet wat ik wil of niet doet wat ik niet wil.
- Ik voel voortdurend druk om de controle te houden omdat afhankelijk zijn van een ander ondraaglijk voelt.
- Ik voel voldoening bij bewust slecht gedrag en het beschadigen van anderen omdat dit type controle mij onkwetsbaar laat voelen.
- Ik wil controle over verhalen en mijn verhaal op een manier vertellen dat ik held of slachtoffer ben, net waar ik op dat moment behoefte aan heb (applaus of troost).
- Ik wil alles onder controle houden om mijn angst te verminderen.
- Ik wil bepalen wanneer de ander zich goed of slecht voelt omdat die controle mij machtig maakt.
- Ik wil boven de ander staan en de controle houden omdat gelijkwaardigheid voor mij als verlies voelt.
- Ik kijk neer op iedereen, ook de mensen die ik behandel alsof ze op een voetstuk staan. Zo heb ik controle over hoe zij zich voelen. De mensen die ik op een voetstuk plaats, voelen zich heel speciaal. Ik heb dus controle over dat gevoel.
- Ik wil controle als ik me onzeker voel.
- Ik wil controle over de mensen om mij heen.
- Ik wil controle houden over informatie over mezelf. Ik breng datgene naar buiten dat mij iets oplevert.
- Ik wil controle over onzekere situaties. Of ik kies situaties met zekerheid zodat ik controle heb.
- Ik wil tot het allerlaatste moment controle over anderen houden.
- Ik test nieuwe mensen. Ik wil zien wat ze mij opleveren. Ik test zodat ik de controle heb.
- Ik wil iemand steeds een stap voor blijven en verdraai verhalen om de controle te houden.
- Ik wil iemand weer onder controle krijgen als diegene niet meer doet wat ik wil.
- Ik wil niet dat iemand controle over mij heeft. Niemand mag controle over mij hebben. Alleen in mijn werk accepteer ik dat wanneer iemand boven mij geplaatst staat in functie.
- Als ik moet kiezen tussen geen controle over iets of iemand willen of wel controle, dan kies ik altijd voor wel controle.
- Ik zal nooit schuld op me nemen of verantwoordelijkheid nemen voor problemen in relaties, omdat ik controle over het verhaal wil houden.
- Ik wil onvoorspelbaarheid onder controle krijgen.
- Ik wil thuis alles onder controle hebben.
- Ik word bang en achterdochtig als iemand de echte waarheid wil weten, omdat ik bang ben dat ik controle verlies.
- Ik gedraag me ontwijkend of boos of loop weg als iemand de echte waarheid wil weten, omdat diegene dan controle over mij of mijn verhaal zou kunnen krijgen.
- Ik zet mijn charme in bij iemand met gezag om de controle te houden.
- Ik zie grenzen van anderen direct als poging om controle over mij te krijgen.
- Ik zie ongehoorzaamheid van een ander als verlies van controle. Ik heb minder controle en hij/zij heeft meer controle. Dat mag niet gebeuren. Iedereen moet mij gehoorzamen.
- Ik zorg dat mijn volgers mijn verhalen onderling overeind houden, ik wil controle over mijn verhaal en over mijn volgers.
- Mijn innerlijke toestand kan wisselen tussen controle en angst voor verlies van controle.
- Mijn kaken en nek zijn voortdurend gespannen omdat ik controle wil houden.
- Mijn lichaam reageert sterk als ik de controle verlies.
- Thuis speel ik de miskende en zielige persoon als andere manier van controle krijgen niet werken.
- Ik controleer anderen stiekem op wat ze doen en hou hiermee controle over anderen.
- Ik wil zelf volledige privacy, ik wil controle over informatie over mij.
- Ik probeer de situatie naar mijn hand te zetten als iemand anders bepaalt wat er gebeurt.
- Als iemand zich niet gedraagt zoals ik, vind ik diegene dom.
- Ik vind iedereen dom. Op die manier voel ik mij slim.
- Ik laat anderen voelen dat ik ze slim vind. maar eigenlijk vind ik ze dom. En zo ben ik de slimste.
- Ik vind dat ik bijzondere rechten heb en denk dat andere mensen te dom zijn om dat te begrijpen.
- Ik voel me slimmer als ik anderen dom vind. Anderen zijn dus dom. En ik ben slim.
- Ik wil gelijk krijgen. Want als ik geen gelijk krijg, dan voel ik mij dom en minderwaardig.
- Ik wil gelijk krijgen. Want als ik geen gelijk krijg, dan voel ik mij dom en zielig.
- Als ik geen gelijk krijg, dan zal ik die ander laten voelen dat hij/zij dom is.
- Ik ben slim in mijn hoofd, maar emotioneel veel minder ontwikkeld.
- Ik denk dat ik emotioneel of sociaal slimmer ben dan anderen.
- Ik gebruik moeilijke woorden en theorieën om anderen te intimideren en mezelf slimmer te voelen.
- Ik heb voortdurend nieuwe kennis nodig om me slimmer dan anderen te voelen.
- Ik schep op over mijn functie en deskundigheid om slimmer dan anderen te lijken.
- Ik lieg over mijn opleiding, kennis of deskundigheid om slimmer over te komen.
- Ik maak in mijn hoofd de prestaties van iemand die slimmer of succesvoller is dan ik, klein om zelf groot genoeg te blijven voelen.
- Ik maak van iemand de vijand als hij/zij aan mijn slimheid of kennis en kunde twijfelt.
- Ik raak in paniek als ik niet de slimste of de meest bijzondere persoon in de ruimte ben.
- Ik vind mezelf bijzonderder, slimmer en aantrekkelijker dan de gemiddelde mens.
- Ik voel me goed als ik de aantrekkelijkste, slimste of interessantste persoon ben.
- Ik voel me slimmer dan anderen en dat is erg belangrijk voor me.
- Ik blijf urenlang nadenken over een kleine opmerking en zoek naar een verborgen belediging.
- Ik ervaar een compliment aan een ander als een belediging voor mij want ik denk dan direct "En ik dan, waar blijft het compliment?
- Ik ervaar grenzen van anderen als een persoonlijke belediging.
- Ik voel me beledigd als iemand niet jaloers op mij is.
- Ik voel me diep beledigd en gekrenkt als iemand niet jaloers op mij is.
- Ik voel me snel beledigd.
- Ik kan mezelf andere rechten geven zonder dat als ongelijkheid te ervaren.
- Ik kan vinden dat mijn inzet mij bepaalde rechten geeft.
- Ik vind dat ik bijzondere rechten heb en dat anderen uitzonderingen voor mij maken.
- Ik word boos of woedend als ik geen privileges krijg.
- Ik ben bang om ouder te worden en lichamelijk achteruit te gaan en ben jaloers op jonge mensen.
- Ik ben jaloers op mensen die gelukkig en stabiel zijn omdat ik die rust zelf mis.
- Ik ben jaloers op mensen die echt zelfverzekerd en heel ontspannen zijn.
- Ik ben jaloers op het succes van anderen, maar dat wil ik niet laten merken.
- Ik ben jaloers op anderen.
- Ik ben jaloers op anderen die rust hebben.
- Ik ben jaloers op anderen die tevreden zijn.
- Ik ben jaloers op anderen die met weinig tevreden zijn en begrijp niet hoe zij dit doen.
- Ik ben jaloers op de onbezorgdheid van anderen en wil die verstoren.
- Ik ben jaloers op mensen die gewoon gelukkig zijn.
- Ik ben jaloers op mensen die hebben wat ik wil hebben.
- Ik ben jaloers op mensen die zelfvertrouwen hebben veel gepresteerd te hebben.
- Ik ben jaloers.
- Ik ben voortdurend jaloers en voel me steeds tekortgedaan, miskend en benadeeld.
- Ik denk dat anderen jaloers op mij zijn.
- Ik hoop dat anderen jaloers op mij zijn. Ik geloof dat anderen jaloers op mij zijn. Ik wil dat anderen jaloers op mij zijn.
- Anderen zouden jaloers op mij moeten zijn.
- Ik denk dat kritiek voortkomt uit jaloezie.
- Ik denk dat mensen mij bekritiseren omdat ze jaloers zijn of mij kwaad willen doen.
- Ik denk dat mensen mij naar beneden willen halen omdat ze jaloers op mij zijn. Ik haal zelf wel mensen op wie ik jaloers ben naar beneden.
- Ik geef iemand anders opvallend veel aandacht om jaloezie op te roepen.
- Ik probeer anderen jaloers te maken.
- Ik noem iemand jaloers als diegene kritiek op mij heeft.
- Ik noem iemand jaloers zodat ik niet hoef te reageren op wat diegene zegt.
- Ik verberg mijn onzekerheid achter een opvallend imago om bewondering en jaloezie op te roepen.
- Ik ben jaloers als anderen aandacht krijgen.
- Ik wil aandacht.
- Ik voel jaloezie als anderen goede ideeën hebben.
- Ik voel jaloezie als iemand anders de aandacht krijgt die ik zelf wil.
- Ik voel jaloezie als iemand beter presteert dan ik.
- Ik voel jaloezie als iemand succesvoller is dan ik.
- Ik voel jaloezie als iemand moeiteloos krijgt waar ik hard voor werk.
- Ik voel voortdurend stress en jaloezie als iemand anders meer aandacht krijgt.
- Ik wil zien of de ander jaloers wordt.
- Ik word jaloers als iemand gelukkig is omdat diens geluk mij aan mijn eigen ontevredenheid herinnert.
- Ik word erg jaloers als iemand aandacht krijgt.
- Ik word jaloers en onzeker als mijn iemand complimenten van anderen krijgt omdat ik alle aandacht en complimenten wil.
- Ik zeg dat een klokkenluider jaloers is.
- Ik zie jaloezie van anderen als bewondering voor mij.
- Ik zie mensen die mij niet eerlijk vinden als mensen die gewoon jaloers zijn.
- Ik hou van menen die mij bewust vleien en veel aandacht geven, omdat ik nou eenmaal veel bewondering nodig heb.
- Ik ben loyaal aan mensen die mij bewonderen.
- Ik ben voortdurend onrustig en zoek steeds naar nieuwe manieren om bewondering te krijgen.
- Ik dacht altijd dat iedereen bewonderd wilde worden.
- Ik fantaseer dat anderen mij bewonderen, waarderen of nodig hebben.
- Ik doe alsof ik veel bewondering heb voor belangrijke mensen als dat mijn status verhoogt.
- Ik doe veel moeite voor iemand die mij laat weten dat hij/zij mij bewondert.
- Ik fantaseer urenlang over succes, wraak en bewondering.
- Ik gebruik mijn charme heel bewust om aandacht en bewondering te krijgen.
- Ik heb bewondering en goedkeuring nodig.
- Ik heb bewondering nodig om te kunnen functioneren.
- Ik heb bewondering nodig.
- Ik wil in situaties of omstandigheden verkeren, waarin anderen mij kunnen bewonderen.
- Ik houd mijn behoefte aan aandacht en bewondering verborgen.
- Ik houd van individuen en groepen die mij als de redder zien en mij hierom bewonderen.
- Ik vertrouw alleen mensen die mij continu bewonderen.
- Ik kan mezelf groter maken als dat mij bewondering oplevert.
- Ik kijk naar hoeveel aandacht, bewondering, steun, status of voordeel een relatie mij geeft.
- Ik krijg een kick van bewondering en word onrustig als die verdwijnt.
- Ik laat iemand merken hoeveel ik diegene bewonder als dat mij iets kan opleveren.
- Ik laat mezelf positief zien om bewondering te krijgen.
- Ik let erop wie bewonderd wordt. Als iemand anders bewonderd wordt, krijg ik geen bewondering.
- Ik let voortdurend op wie mij niet bewonderd.
- Ik merk het als iemand anders meer bewondering krijgt dan ik.
- Ik pas me aan om bewondering te krijgen.
- Ik geniet van de bewondering voor mijn uiterlijk.
- Ik richt mijn aandacht op de kanten van mezelf die bewonderd kunnen worden.
- Ik stort lichamelijk en psychisch in als bewondering en aandacht verdwijnen.
- Ik veracht iemand die mij niet bewondert.
- Ik vind bewonderd worden belangrijker dan ontspannen door het leven gaan en niet bewonderd worden.
- Ik vind bewonderd worden belangrijker dan bij al het andere in het leven.
- Ik vind geen rust omdat ik steeds bewondering en macht nodig heb.
- Ik vind het moeilijk als iemand anders bewonderd wordt of aandacht krijgt terwijl ik erbij ben.
- Ik voel leegte en heb bewondering van mijn omgeving nodig om de leegte niet te voelen.
- Ik voel leegte en somberheid als aandacht, bewondering en complimenten wegvallen.
- Ik voel me bedreigd als iemand anders veel bewondering krijgt.
- Ik voel me bedreigd door mensen die bewonderd worden om eigenschappen waarvoor ik zelf bewonderd wil worden.
- Ik voel me ellendig, depressief en onrustig als ik geen bevestiging, lof en bewondering krijg.
- Ik voel schaamte als ik geen bewondering krijg.
- Ik wil dat mijn kinderen prestaties leveren waar ik trots op kan zijn, zodat de buitenwereld mij bewondert.
- Ik wil voortdurend bewonderd en aanbeden worden en veel aanzien hebben.
- Ik ben jaloers als mijn kind bewonderd wordt en de aandacht niet naar mij gaat, maar dit heeft niemand door hoop ik.
- Ik zie mezelf als de expert en wil dat anderen mijn kennis bewonderen en met mij instemmen.
- Ik zoek een onderdanige partner die mij gehoorzaamheid en bewondering geeft.
- Ik zie mijn schadelijke keuzes en affaires als manieren om mijn leegte en behoefte aan bewondering te vullen.
- Ik zoek bewondering als mijn eigenwaarde daalt.
- Ik zoek bewondering om mijn positieve beeld van mezelf te ondersteunen.
- Uit pure jaloezie zoek ik fouten bij iemand die veel bewondering krijgt.
- Ik ben altijd op zoek naar iets nieuws waarmee ik bewondering kan krijgen.
- Ik zoek nieuwe mensen die mij kunnen bewonderen als de bewondering wegvalt.
- Door bewondering voel ik me even goed genoeg.
- Ik krijg bewondering van mensen die mij ook veiligheid geven. Op een dag hoop ik ze in te wisselen voor mensen met status.
- Het goede gevoel van bewondering duurt bij mij maar kort.
- Ik heb lof nodig.
- Ik heb lof van anderen nodig.
- Ik heb voortdurend lof nodig.
- Het goede gevoel van lof blijft bij mij niet lang hangen.
- Het maakt mij weinig uit of iemand van mij houdt of mij haat zolang ik maar belangrijk blijf.
- Ik ben voortdurend onrustig en ontevreden over mijn egoïsme, omdat ik die kant van mezelf haat.
- Ik haat het gevoel dat ik stilsta.
- Ik haat iemand die mijn slechte gedrag openbaar maakt.
- Ik haat mezelf als ik ongelijk heb.
- Ik haat mezelf en de ander als ik merk dat ik diens goedkeuring emotioneel nodig heb.
- Ik haat mezelf.
- Ik heb iemands waardering nodig, maar haat die afhankelijkheid.
- Ik moet mezelf geweldig vinden om mijn sterke zelfhaat niet te voelen.
- Ik voel minachting en zelfhaat en leg die gevoelens bij een ander neer.
- Ik voel zelfhaat en ontken mijn fouten om die zelfhaat niet te hoeven voelen.
- Ik voel geen onzekerheid of zelfhaat zodra ik schuld bij de groep leg.
- Ik voel veel vijandigheid, haat en wraakgevoelens en vertrouw bijna niemand.
- Ik wissel tussen ambitie, hoge eisen, zelfkritiek, zelfhaat, twijfel en angst.
- Mijn zelfhaat verander ik in mijn gedachten naar minachting voor andere mensen.
- Mijn zelfhaat verander ik in mijn gedachten naar teleurstelling in de beperktheid van andere mensen.
- Mijn zelfhaat verander ik in mijn gedachten naar diepe teleurstelling in andere mensen.
- Ik voel zelfhaat.
- Als ik geen aandacht krijg of nee tegen mij zegt, voelt het alsof die persoon mij haat.
- Ik respecteer de grenzen van anderen niet.
- Ik ervaar tegenspraak als gebrek aan respect.
- Ik houd in mijn hoofd voortdurend bij wie mij genoeg respect geeft en wie niet.
- Ik eis respect terwijl ik de ander respectloos behandel.
- Ik laat de ander merken dat ik diegene niet accepteer, respecteer of vertrouw zodat diegene onder mij blijft staan.
- Ik verpest de sfeer als straf voor mensen die mij niet gehoorzamen of respecteren.
- Ik vind dat anderen mij tekortdoen en mij niet het respect geven waar ik recht op heb.
- Ik vind dat de wereld mij tekortdoet en mij te weinig respecteert.
- Ik vind dat ik recht heb op veel respect, maar respecteer anderen zelf weinig.
- Ik bepaal de regels en word boos als anderen zelf willen beslissen.
- Ik heet iemand van harte welkom en daarna moet diegene zich aan mijn regels onderwerpen.
- Ik veroorzaak bij mensen die van mijn regels afwijken schaamte- en schuldgevoelens. Ik doe dat om deze mensen weer onder controle te krijgen.
- Ik verplicht anderen om zich te houden aan mijn regels en schema's om zo het gevoel van controle over deze anderen te houden.
- Ik geloof dat ik speciaal ben en dat gewone regels niet voor mij gelden.
- Ik wil volledige controle en onvoorwaardelijke bewondering en wil dat mijn omgeving mijn regels volgt.
- Ik houd mensen en groepen om me heen die mijn verhalen en regels zonder protest accepteren.
- Ik kan een ander in een strijd trekken waar ik de regels bepaal.
- Ik start psychologische oorlogen waar ik de regels bedenk en steeds verander zodat de ander altijd verliest en ik controle behoudt.
- Ik verander gedragsregels zodra de regels niet meer in mijn voordeel zijn.
- Ik speel spelletjes waarvan alleen ik de regels ken.
- Ik beoordeel iemand op regels die ik vooraf niet heb verteld.
- Ik ben speciaal genoeg, bijzonder genoeg, om van regels af te wijken die voor normale mensen gelden.
- Ik win door spelregels tijdens het spel te veranderen.
- Ik verwachten dat anderen zich aan regels houden waar ik mezelf niet aan houd.
- Ik leg mijn eigen methoden en regels aan anderen op omdat ik wil dat zij mijn manier als normaal gaan zien.
- Ik verwacht dat anderen mijn regels volgen.
- Ik vind dat gewone regels en normen niet voor mij gelden.
- Ik vind dat gewone regels en wetten niet voor mij gelden.
- Ik vind dat ik vanwege mijn intelligentie boven gewone regels en normen sta.
- Ik vind dat regels en grenzen voor anderen gelden, maar niet voor mij.
- Ik vind dat regels en wetten vooral voor gewone mensen gelden.
- Ik vind dat voor mij andere regels mogen gelden.
- Ik vind het moeilijk als iemand anders de regels bepaalt.
- Ik vind het moeilijk als iemand mijn regels niet volgt.
- Ik voel dat gewone regels niet voor mij gelden.
- Ik voel me goed als iemand helemaal volgens mijn regels leeft.
- Ik voel me onaantastbaar en denk dat gewone menselijke regels niet voor mij gelden.
- Ik voel me vaak anders dan andere mensen en leer sociale regels en emoties vooral door logisch na te denken.
- Ik voel voldoening als iemand eigen normen opgeeft om binnen mijn regels te passen.
- Ik voel weinig bij de frustratie van de ander en vind dat regels wel voor diegene gelden, maar niet voor mij.
- Ik weiger logisch over beschuldigingen te praten omdat ik vind dat gewone regels niet voor mij gelden.
- Ik wil bepalen wat er gebeurt en verwacht dat anderen mijn regels volgen.
- Ik wil dat anderen mijn grenzen en regels volgen.
- Ik wil dat mijn omgeving mij gehoorzaamt, mij bijzondere voordelen geeft en mijn regels volgt.
- Ik wil een relatie volledig naar mijn eigen regels vormen omdat gelijkwaardigheid en onzekerheid voor mij bedreigend zijn.
- Ik wil mijn gezin vormen volgens mijn eigen regels en beeld van perfectie.
- Ik wil vanaf het eerste contact iemands identiteit en gedrag naar mijn regels vormen.
- Ik wil volledige controle en onvoorwaardelijke bewondering en wil dat mijn omgeving mijn regels volgt.
- Ik zie de regels en procedures van het bedrijf als obstakels die alleen voor minder getalenteerde mensen gelden.
- Ik ben gul omdat ik daarvoor waardering krijg.
- Ik gebruik waardering van anderen om mijn slechte gevoel over mezelf tijdelijk niet te voelen.
- Ik geef waardering omdat ik waardering terug wil.
- Ik heb iemands waardering nodig, maar haat die afhankelijkheid.
- Ik heb waardering van anderen nodig om me goed over mezelf te voelen.
- Ik help om waardering te krijgen.
- Ik kan iemand overspoelen met waardering als ik wil dat diegene zich aan mij bindt.
- Ik laat mensen die mij waarderen vooral mijn goede kant zien.
- Ik praat steeds over oude prestaties als ik nu te weinig waardering krijg.
- Ik verbeter mijn gedrag zodra ik weer waardering nodig heb.
- Ik voel me bedreigd door mensen die mijn waardering niet nodig hebben.
- Ik begrijp niet dat mensen geen waardering nodig hebben. Of bewondering. Of aandacht.
- Ik wil openbare waardering als ik iets geef of iets goeds voor iemand doe.
- Ik doe dingen om waardering te krijgen.
- Mijn zelfwaardering schommelt.
- Mijn zelfwaardering is soms onrealistisch groot.
- Ik breng de ander tijdens gesprekken in verwarring zodat diegene aan de eigen waarneming twijfelt en ik de controle behoud.
- Ik denk na gesprekken vooral na over de indruk die ik heb gemaakt.
- Ik heb geen behoefte aan een echt gesprek.
- Ik houd controle door gesprekken te overheersen.
- Ik kan de aandacht verplaatsen zodra het gesprek te dicht bij mijn eigen gedrag komt.
- Ik laat nooit meer iets van me horen zodra ik word geconfronteerd met mijn gedrag.
- Ik kan een gesprek gebruiken als strijd terwijl de ander denkt dat we een probleem proberen op te lossen.
- Ik wil een gesprek minder als uitwisseling en meer als krachtmeting laten zijn.
- Ik kan een gesprek zo lang laten doorgaan dat de ander uiteindelijk opgeeft door uitputting.
- Ik kan een oud voorval erbij halen wanneer het huidige gesprek ongunstig voor mij wordt.
- Ik kan me afsluiten wanneer een gesprek te bedreigend voor mij wordt.
- Ik ben niet beschikbaar als een gesprek niet over mijn successen of inzichten gaat.
- Ik stuur gesprekken terug naar mezelf als de aandacht naar iemand anders gaat.
- Ik voel me bedreigd als mijn eigenwaarde tijdens een gesprek wordt geraakt.
- Ik ga niet met iemand in gesprek die wil praten over mijn gedrag, want ik wil geen schaamte voelen.
- Ik blokkeer mensen die met mij in gesprek willen over wat ik fout heb gedaan.
- Ik zoek een manier om het gesprek naar mezelf te trekken.
- Ik trek gesprekken naar mij toe. Ik heb geen interesse in anderen. Ik wil alleen mezelf horen.
- Ik zie een gesprek met iemand alleen als nuttig als ik er informatie uit kan halen die ik later kan gebruiken.
- Ik bepaal welke informatie anderen over mij krijgen.
- Ik deel screenshots zonder het hele gesprek te laten zien.
- Ik ben bang dat anderen informatie tegen mij gebruiken.
- Ik bepaal welke informatie de ene persoon over de andere krijgt om controle over de situatie te houden.
- Ik beschadig iemands reputatie met echte feiten, maar ook met weggelaten informatie en negatieve uitleg.
- Ik besteed meer aandacht aan informatie die mijn gelijk bevestigt.
- Ik bestudeer lichaamstaal, gezichten en woorden om informatie te verzamelen die ik later kan gebruiken.
- Ik bewaar gênante informatie over anderen totdat ik die nodig heb.
- Ik deel informatie over iemand om anderen tegen diegene te beïnvloeden.
- Ik deel persoonlijke informatie over iemand om diens positie te verzwakken.
- Ik deel vertrouwelijke informatie als ik iemand daarmee kan beschadigen.
- Ik doe alsof ik uit gewone belangstelling informatie over iemand verzamel.
- Ik ervaar het delen van informatie over mijn schadelijke gedrag als verraad, ook al is het waar.
- Ik gebruik echte informatie over iemand om mijn onware en ongeloofwaardige verhaal, geloofwaardig te maken.
- Ik gebruik een derde persoon om informatie over iemand te krijgen.
- Ik gebruik onbelangrijke negatieve informatie om twijfel te zaaien.
- Ik geef anderen informatie zodat zij tegen iemand in actie komen.
- Ik geef informatie door om mensen tegenover elkaar te plaatsen.
- Ik geef niet graag persoonlijke informatie prijs want ik denk dat ze dit later tegen mij gebruiken.
- Ik geef verschillende mensen verschillende informatie om hun gedrag te beïnvloeden.
- Ik houd informatie achter en geef alleen stukjes waarheid zodat de ander moeilijk goede keuzes kan maken.
- Ik houd informatie achter om mensen tegenover elkaar te houden.
- Ik houd informatie achter om mijn imago en beeld van mezelf te beschermen.
- Ik houd informatie buiten die mijn perfecte beeld van mezelf kan beschadigen.
- Ik houd informatie over mezelf liever achter als die mijn gewenste beeld beschadigt.
- Ik houd informatie voor mezelf omdat ik anderen niet vertrouw.
- Ik houd mensen gescheiden als zij informatie met elkaar kunnen vergelijken en erachter kunnen komen wat ik heb gedaan.
- Ik houd pijnlijke informatie over mezelf buiten mijn gedachten.
- Ik houd rekening met de mogelijkheid dat iemand informatie over mij tegen mij gebruikt.
- Ik houd vast aan mijn verhaal als nieuwe informatie mijn verhaal tegenspreekt.
- Ik kan anderen informatie geven waarvan ik weet dat die hun beeld van iemand beïnvloedt.
- Ik kan anderen informatie voor mij laten verzamelen.
- Ik kies welke informatie ik wel en niet doorgeef
- Ik kan eerlijkheid eisen terwijl ik zelf informatie achterhoud.
- Ik kan informatie achterhouden die de ander nodig heeft om een goede beslissing te nemen.
- Ik kan informatie achterhouden en daarna kritiek hebben omdat de ander iets niet wist.
- Ik kan informatie achterhouden wanneer openheid mijn positie verzwakt.
- Ik kan informatie achterhouden zodat de ander niet het volledige beeld heeft.
- Ik kan informatie over iemands zwakke plekken later tegen diegene gebruiken.
- Ik geef informatie wanneer het mij uitkomt.
- Ik kan informatie van de ander willen zonder zelf informatie terug te geven.
- Ik kan informatie verspreiden die schadelijk is voor iemand.
- Ik kan informatie willen hebben omdat informatie mij meer invloed geeft.
- Ik bepaal wie toegang krijgt tot een groep, persoon of informatie.
- Ik kan mij sterk verzetten tegen informatie die een pijnlijk beeld van mezelf oproept.
- Ik kan persoonlijke informatie verzamelen die later bruikbaar kan zijn.
- Ik verander informatie die ik heb gekregen als ik daarmee iemand kan zwartmaken.
- Ik kan proberen te winnen door de informatiepositie van de ander slechter te maken.
- Ik kan tegenstrijdige informatie laten bestaan wanneer dat mij ruimte geeft.
- Ik kan toegang tot informatie beperken wanneer ik daarmee invloed behoud.
- Ik kan verschillende mensen verschillende informatie geven om hun gedrag richting mijn vijand te beïnvloeden.
- Ik kan vertrouwelijke informatie gebruiken wanneer ik iemand wil raken.
- Ik heb weerstand tegen mensen die mij informatie over mezelf geven die ik niet wil horen.
- Ik laat belangrijke informatie weg om de werkelijkheid in mijn voordeel te veranderen.
- Ik laat gemakkelijker informatie over mezelf zien die mijn gewenste beeld ondersteunt.
- Ik laat informatie weg om anderen een negatiever beeld van diegene te geven.
- Ik meng feiten, verdraaiingen, weggelaten informatie en verzinsels tot één geloofwaardig verhaal.
- Ik neem informatie die laat zien dat ik tekortgeschoten ben, niet of moeilijk in me op.
- Ik onthoud informatie bewust om die later tegen iemand te gebruiken.
- Ik onthoud kwetsbare informatie over iemand zodat ik die later tegen diegene kan gebruiken.
- Ik ontken dat ik bewust informatie heb achtergehouden.
- Ik ontken dat ik verzonnen, schadelijke informatie over iemand heb verspreid.
- Ik verander mijn levensverhaal met halve waarheden, leugens en weggelaten informatie om een beeld van perfecte beeld neer te zetten.
- Ik verspreid verzonnen leugens over een klokkenluider als feitelijk informatie om diegene minder geloofwaardig te maken of te pijnigen.
- Ik verspreid privé-informatie over mensen wat niets met het conflict te maken heeft
- Ik vertel negatieve informatie over een iemand voordat diegene zelf het verhaal kan vertellen.
- Ik vertel negatieve informatie over iemand om diens positie in een groep te verzwakken.
- Ik vertel ware negatieve informatie maar laat belangrijke informatie weg.
- Ik voel de pijn van de ander niet, maar analyseer die als bruikbare informatie.
- Ik voel me bedreigd door mensen die anderen informatie over mijn gedrag kunnen geven.
- Ik voel me bedreigd door mensen die informatie over mij hebben die mijn imago kan beschadigen.
- Ik voel me bedreigd door mensen die schadelijke informatie over mijn gedrag openbaar kunnen maken.
- Ik wil controle houden over informatie over mezelf.
- Ik wil dat anderen informatie aan mij doorgeven.
- Ik wil dat anderen informatie voor mij verzamelen.
- Ik wil dat anderen mijn tegenstanders of ex-partners blijven volgen en die informatie direct aan mij doorspelen.
- Ik wil informatie over de ander verzamelen.
- Ik wil weten wie informatie over mij heeft.
- Ik zeg dat iemand dingen uit hun verband haalt terwijl ik zelf informatie weglaat.
- Ik zie het verdriet van de ander als informatie die ik later kan gebruiken.
- Ik zie informatie als bezit en word erg onrustig als iemand anders bepaalt wat de waarheid is.
- Ik zie kritiek gemakkelijker als een aanval dan als informatie.
- Ook bij een therapeut vertel ik vooral informatie die past bij mijn verhaal waarin mij onrecht is aangedaan.
- Ik zie een gesprek alleen als nuttig als ik er informatie uit kan halen die ik later kan gebruiken.
- Ik zie de zwaktes van een ander als handige informatie om zelf de macht over te nemen.
- Ik bepaal welke informatie anderen over mij krijgen.
- Ik begrijp moeilijk dat ik waardevol ben zonder ergens beter in te zijn.
- Ik ben bang dat anderen zien hoe waardeloos ik me voel.
- Ik beoordeel voortdurend het gedrag en de waarde van andere mensen.
- Ik bepaal mijn eigen waarde vooral door waardering van anderen, prestaties en goedkeuring van mensen tegen wie ik opkijk.
- Ik denk dat iemand zijn eigen waarde niet ziet zolang die bij mij terugkomt.
- Ik laat anderen twijfelen aan de waarde van deze persoon.
- Ik vind het moeilijk om positief over mijn eigen waarde te voelen.
- Ik begrijp dat de ander waarde heeft.
- Ik wil op handen worden gedragen.
- Ik wil dat mensen mij en mijn partner op een voetstuk zetten en ons als belangrijkste personen in de ruimte behandelen.